Thanatopraxie


Thanatopraxie - de tijdelijke conservering van een overledene – is een nieuwe mogelijkheid om een overledene op te opbaren zonder gebruik van een koeling.

Thanatos is een figuur uit de Griekse Mythologie en de personificatie van de dood. Hij is de zoon van Nyx of Nox (Godin) en tweelingbroer van Hypnos (de slaap). Thanatos heeft nooit een belangrijke rol in de mythologie gespeeld, omdat hij overschaduwd werd door Hades, de god van de onderwereld. De naam van Thanados leeft in het Nederlands onder meer voort in de woorden euthanasie en thanatopraxie.

Heldere informatie
Het is voor alle nabestaanden van belang dat zij een eigen keuze maken op basis van het helder en zorgvuldig verstrekken van informatie want bij elk verlies opnieuw zullen mensen voor de keuze staan: thanatopraxie, wel of niet doen? Met deze folder willen wij eraan bijdragen dat er een keuze wordt gemaakt waarop men altijd met voldoening kan blijven terugzien. Een keuze die past bij een persoonlijk afscheid.

Geschiedenis
Het waren verre voorvaderen die al nadachten over de conservering van hun overledenen. Egyptenaren, Romeinen, Grieken, Hebreeën, Perzen, Syriërs, Indianen: in de prehistorie ontwikkelden zij hun eigen balsemtechnieken. De bekende mummificering en balsembaden hebben echter niets te maken met de hedendaagse balseming.Ook de Franse legerarts Gannal werd rond het jaar 1800 geconfronteerd met thanatomorphose (lijkontbinding). Hij injecteerde de lichamen daarom met een vloeistof op basis van acetaatoplossing en aluminiumzout. Deze vloeistof werd steeds verder verbeterd. Dezelfde conserverings- methode gebruikte de arts van Keizer Napoleon I, nadat Napoleon op het eiland Sint Helena overleed. Na de Tweede Wereldoorlog werd thanatopraxie eerst in Engeland en daarna in Frankrijk – ingevoerd door Jacques Marette, voormalig President van Hygeco en oprichter van het ‘Institut Français de Thanatopraxie’ (IFT) - een algemeen gebruikte conserverings- methode. In Engeland wordt inmiddels circa driekwart van de overledenen geconserveerd, in Frankrijk bijna de helft.

Situatie In Nederland
In Nederland was het fenomeen balseming vóór de Tweede Wereldoorlog nog onbekend. Daar kwam na de oorlog verandering in. Acht ondernemers hadden in Engeland een opleiding gevolgd en pasten de conservering in Nederland toe. Het Centraal Genootschap voor Lijkbezorging startte een tegenactie. In 1949 kreeg een balsemer zelfs zes gulden boete in verband met strafbare lijkopening. In 1955 werden balseming en andere conserveringsmethoden ronduit verboden in de wet – enkele uitzonderingen daargelaten. In 1991 werd een nieuwe Wet op de Lijkbezorging van kracht. Daarin werden alle vormen van conservering nog steeds verboden. Met vier uitzonderingen:
1. voor leden van het Koninklijk Huis
2. voor overledenen die ter beschikking van de wetenschap gesteld zijn
3. voor overledenen die naar het buitenland overgebracht moeten worden
4. voor mensen die op zee overlijden.

Ondertussen ging de discussie over de mogelijke versoepeling van de wetgeving aangaande thanatopraxie door.

Grondig onderzoek
De laatste jaren is opnieuw onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van thanatopraxie. Daarbij zijn alle aspecten – van juridische en pathologische tot milieutechnische en ethische – onder de loep genomen. Een grondige afweging en een jarenlange discussie gingen vooraf aan de wijziging van de wet. Rationele en emotionele argumenten zijn uitgebreid onderzocht en afgewogen. Onafhankelijke specialisten hebben onderzoek gedaan en aanbevelingen gegeven. Dat thanatopraxie in landen als Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten al heel gewoon is, doet er in dat opzicht niet toe. De aard van het ontwerp rechtvaardigt uitvoerig onderzoek en een weloverwogen keuze. Dat leidde in 2008 tot legalisering van deze tijdelijk conserverende behandeling. Artikel 71 van de Wet op de Lijkbezorging werd aangepast. Thanatopraxie is nu toegestaan, mits de behandeling maximaal tien dagen effect heeft en alleen als orgaandonatie niet van toepassing is. Uitsluitend gediplomeerde thanatopracteurs mogen thanatopraxie toepassen binnen de geldende normen.

Ethiek
In het onderzoek naar de voors en tegens van thanatopraxie, is ook de ethische kant betrokken.

Niet alles wat kan, mag. En niet alles wat mag, kan.
Wat zijn de principes van verantwoorde thanatopraxie?

 Piëteit en respect voor de doden. Dat moet vanzelfsprekend zijn voor iedereen die zich met de verzorging van overledenen bezighoudt.

 Het recht op onaantastbaarheid. Artikel 11 van de Grondwet luidt: ‘Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.’ Dat geldt ook na het overlijden, en zeker met betrekking tot thanatopraxie. Het is een invasieve behandeling, waarbij een kleine opening in het lichaam gemaakt wordt. Uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene of na diens overlijden van zijn vertegenwoordiger(s) is hiervoor nodig (zie ook het volgende punt).

 Het recht op zelfbeschikking. In artikel 18 van de Wet op de Lijkbezorging staat: ‘De lijkbezorging geschiedt overeenkomstig de wens of de vermoedelijke wens van de overledene, tenzij dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden.’ Dat betekent niet dat er een expliciete wilsuiting nodig is voor thanatopraxie, maar wél dat deze behandeling nooit standaard mag worden. De nabestaanden beslissen hierover in de geest van de overledene.



Kwaliteit gewaarborgd
Thanatopraxie is een specialistische behandeling die alleen door professionals uitgevoerd mag worden. De exacte invulling van de kwaliteitseisen laat de wet over aan de beroepsgroep. Die heeft daarvoor bindende regels opgesteld. Een goed functionerend kwaliteitssysteem zorgt ervoor dat de waardigheid en professionaliteit van de behandeling gewaarborgd zijn. Thanatopraxie mag alleen uitgevoerd worden door gediplomeerde thanatopracteurs. Deze hebben een opleiding achter de rug, waarin zij de nodige kennis hebben opgedaan van het menselijk lichaam en van de verzorging van overledenen. Om de opleiding goed af te kunnen sluiten, moet ook een groot aantal behandelingen onder toezicht én zelfstandig uitgevoerd worden.

De laatste zorg
Afscheid nemen van een naaste is een proces. Een rouwproces. Een proces dat elke nabestaande anders ervaart, maar dat bijna altijd moeilijk en pijnlijk is. Een persoon die dichtbij stond, is een herinnering geworden. De periode tussen het overlijden en de uitvaart is heel belangrijk voor de verwerking van dit verlies. Sterker nog: de laatste blik op de overledene kan bepalend zijn voor de herinnering. Het is een beeld dat bijblijft. Juist daarom is de laatste zorg voor de overledene een eervolle taak. En juist daarom is het goed dat alle verantwoorde mogelijkheden benut worden om een waardig afscheid te bevorderen.

Verzorgen met of door familie
Na de behandeling is verzorgen met of door familie heel goed mogelijk.

Wat is thanatopraxie?
Thanatopraxie is het tijdelijk conserveren van het menselijk lichaam na het overlijden. De ontbinding en bacteriegroei worden geremd, waardoor de overledene toonbaar blijft. De typische donkere vlekken verdwijnen, de huid krijgt een normale kleur en het lichaam een natuurlijke vorm. Zonder koeling blijft het lichaam bij normale temperaturen in die toestand bewaard tot het moment van de uitvaart. Uiterlijk tien dagen na de behandeling zal het natuurlijke ontbindingsproces op gang komen.

De behandeling
Bij thanatopraxie wordt een kleine opening in de lies of de hals gemaakt. Via de slagader wordt een vloeistof in de intacte bloedbaan gebracht, terwijl het eventueel nog aanwezige bloed via een ader wordt afgevoerd. Ondertussen masseert de thanatopracteur de ledematen om een goede verdeling van de vloeistof in het vaatstelsel te bevorderen. Ook worden vocht en bloed afgevoerd uit de holle organen, lichaams- holtes en het spijsverteringskanaal. De ingebrachte vloeistof heeft een conser- verende werking. De exacte hoeveelheid en samenstelling is afhankelijk van de conditie van het lichaam, de doodsoorzaak en de doorgankelijkheid van de bloedvaten. De gemiddelde hoeveelheid vloeistof ligt tussen de vier en zes liter. Ook het verzorgen en herstellen van het uiterlijk van de overledene hoort bij de behandeling. De thanatopracteur geeft de overledene weer zoveel mogelijk het uiterlijk zoals de familie zich dat herinnert. Dankzij de combinatie met de conservering betekent deze behandeling optimale toonbaarheid van het lichaam. De behandeling vindt voornamelijk plaats in daarvoor geschikte ruimten, zoals mortuaria of rouwcentra, maar kan, in overleg met de thanatopracteur, eventueel ook thuis.

Verschil met balsemen
Het conserveren van mensen wordt in de volksmond balsemen genoemd. Toch is er een groot verschil tussen de balseming en thanatopraxie. Bij thanatopraxie gaat het duidelijk om kortdurende conservering. Balseming is een ‘zwaardere’ be- handeling, waarbij speciale vloeistoffen worden gebruik met onder andere een hogere concentratie formaline.

Waarom thanatopraxie?
Thanatopraxie kan een waardig afscheid mogelijk maken. Wanneer het voor nabestaanden moeilijk te verwerken is dat zij hun dierbare niet meer kunnen zien, dat kan gebeuren wanneer er bijvoorbeeld lang gewacht moet worden als er familie van verder weg (buitenland) moet komen óf als de ontbinding versneld wordt door de lichaamsconditie, het ziekteproces of omgevingsfactoren. Dankzij thanatopraxie krijgt de overledene weer een natuurlijke uitstraling. Kiezen nabestaanden voor opbaring thuis om hun dierbare bijvoorbeeld zolang mogelijk in vertrouwde omgeving te hebben? Koeling is dan niet nodig en apparatuur hoeft niet geplaatst te worden, waardoor ook het ‘geruis’ van een koeling niet hoorbaar is. Zelfs het opbaren op een bed is mogelijk, omdat lichaamsvochten en –geuren niet vrijkomen en de bacteriegroei tijdelijk stilstaat. Daardoor is de hygiëne gewaarborgd. In sommige landen wordt alleen al om díe reden de tijdelijke conservering toegepast. Balseming kent een zeer oude traditie, vooral bekend uit het Egypte van de farao’s. De Egyptenaren stonden bekend om hun deskundige balseming en dat zij meesters waren in de balsemtechniek bewijzen de mummies die enkele duizenden jaren goed bewaard zijn gebleven